BIG Challenge-deelnemer Erik Mandersloot:

‘Ik verwacht motie, beleving en saamhorigheid op de berg’

Voor Erik Mandersloot (41) is deelname aan BIG Challenge veel meer dan een sportieve uitdaging. De ondernemer uit de transportsector doet dit jaar mee met team Alpenknallers en gaat hardlopend de Alpe d’Huez op. “Ik wil mijn steentje bijdragen, maar ook mensen motiveren om iets voor een ander te doen.”

Samen met zijn drie broers runt Erik twee transportbedrijven en is daarnaast bestuurlijk actief. Jarenlang had de familie ook vleeskalveren maar vorig jaar hebben ze met de opkoopregeling meegedaan. De focus ligt nu volledig op transport. “We zijn gericht op (prefab) bouwmaterialen, maar ook op levend vee, met name pluimvee, door heel Europa. Daarnaast vervoeren we varkens en biggen.” Recent is er een bedrijf bijgekomen: een onderneming die transport van restmiddelen van de voedingsindustrie verzorgt. Zelf is Erik verantwoordelijk voor de administratie, financiën en HR-beleid. Hoewel hij dit jaar voor het eerst zelf meedoet, kwam BIG Challenge al eerder dichtbij. In 2017 deed zijn broer mee met het kalverhouderijteam. “Dat was onze eerste echte kennismaking.” Erik en zijn ouders en andere broers stonden destijds op de berg om hem aan te moedigen. “Dat heeft bij iedereen echt impact gemaakt.”

Sfeer niet uit te leggen

Sindsdien is Alpe d’HuZes elk jaar op de achtergrond aanwezig gebleven. “Vanuit het bedrijf hebben we eigenlijk ieder jaar wel iemand gesponsord. Mijn ouders zijn ook elk jaar als toeschouwer op de berg geweest. Er doet altijd wel iemand mee die je kent: soms dichtbij, soms wat verder weg.” De familie is dus goed bekend met het evenement en de bijzondere sfeer. Die is volgens hem moeilijk uit te leggen. “Je moet er een keer heen, dan pas begrijp je wat het met een mens doet. De emotie die daar loskomt… ook als je geen directe connectie hebt.” Wat hem vooral is bijgebleven van 2017, is de enorme inzet en saamhorigheid. “Je ziet jonge kinderen voorbij komen fietsen, mensen die hun fiets aan de hand omhoog duwen, mensen die alleen op een tandem omhoog gaan.” Juist die combinatie van emotie, beleving en saamhorigheid maakte dat Erik al langer dacht: ik wil dit ook een keer doen.

Ervaringen met kanker

Dat verlangen is niet los te zien van zijn persoonlijke ervaringen met kanker. “Weinig mensen zijn er niet mee in aanraking gekomen, en dat geldt ook voor mij.” In zijn familie en omgeving heeft kanker diepe sporen nagelaten. “Mijn opa en zijn broers zijn overleden aan prostaatkanker. Mijn vader heeft ook prostaatkanker gehad. Doordat hij zich vroeg liet testen, waren we er op tijd bij en was het goed behandelbaar.” Ook hebben een aantal familieleden en vrienden andere vormen van kanker gehad. Daar komt nog een eigen ervaring bij. Twee jaar geleden kreeg Erik zelf te maken met een melanoom. “Dat werd eigenlijk bij toeval ontdekt. We waren er op 0,1 millimeter op tijd bij. Anders was ik een heel traject ingegaan.” Ook dat is voor hem een extra motivatie om mee te doen. “Zo ben je gezond, en zo heb je iets. We mogen elkaar gelukkig prijzen als er niets aan de hand is. Dat is echt niet vanzelfsprekend.”

Echt familie- en vriendenproject

Dat Erik nu zelf aan de start staat, kwam toen een groep vrienden plannen maakte om te gaan fietsen. “Ik heb altijd gezegd: ik wil een keer meedoen. Toen die groep zei dat ze gingen, dacht ik: nu ga ik mee.” Het werd een echt familie- en vriendenproject. “We gaan met een vriendengroep, met mensen uit de buurt en anderen die zijn aangehaakt. Mijn vrouw doet mee aan de Alpe d’huZus (de dag voor het evenement één keer de berg op), mijn schoonmoeder ook. Mijn zwager en zijn vrouw doen mee. Mijn kinderen gaan de hele week mee, ze hebben vrij gekregen van school. Mijn ouders zijn er ook. Het wordt echt een hele belevenis met z’n allen.” Voor de kinderen wordt het ook bijzonder. “Mijn oudste dochter is 9, dus voor hen is het ook allemaal nieuw. Van school was het geen enkel probleem om vrij te krijgen. Ze moeten straks wel in de klas vertellen wat ze hebben meegemaakt. Dat vinden we juist mooi: dat je er ook iets maatschappelijks aan meegeeft.”

Met het team gaat het goed

Sportief gezien kiest Erik niet voor de fiets, maar voor hardlopen. “Ik ben recreatief hardloper, vooral om mijn hoofd leeg te maken. Ik train nu aardig door. Elk weekend loop ik 13 tot 14 kilometer, met oortjes in en dan luister ik de AD6-podcast.” Zijn doel is realistisch. “Ik weet niet of ik drie keer de berg op ga. Mijn doel is één of twee keer. Maar ik ben er wel van overtuigd: als je het lastig krijgt, fysiek of emotioneel, dan zijn er genoeg mensen die je omhoog schreeuwen. De mensen langs de kant zijn minstens zo belangrijk.” Ook met team Alpenknallers gaat het goed. “We hebben actieve teamleden en staan nu in de top 10 bij Alpe d’HuZes.” Het team heeft al mooie acties op touw gezet. “Eén van onze teamleden heeft op zijn werk geregeld dat collega’s vakantiedagen konden inleveren. Daarmee is 7.000 euro opgehaald.” Zelf benaderde Erik zijn zakelijke netwerk, met succes. “Ik heb veel klanten gevraagd om te doneren en veel hebben dat gedaan.” Binnen BIG Challenge geldt voor deelnemers een streefbedrag van 5.000 euro. “Voor jongeren is dat soms lastiger, voor anderen gaat het er ruim overheen. Maar ik vind vooral: elke persoon die zich inzet is belangrijk. Daar gaat het om en uiteindelijk zet je als team samen iets moois neer.”

De schouders eronder

Over BIG Challenge en de rol van de agrarische sector is Erik uitgesproken positief. “Ik voel me nog steeds boer, ook al zijn we met de vleeskalveren gestopt. Dit past er perfect bij. Het type mens in de agrarische sector zet de schouders eronder en gaat ervoor. Niet zeuren, maar gewoon doen.” Dat meerdere BIG Challenge-teams hoog in de top 10 staan, zegt volgens hem genoeg. “Daar ben ik echt trots op.” Tegelijkertijd ziet hij ook een bredere betekenis. “De beeldvorming over onze sector is soms ronduit schokkend. Dit evenement laat zien wie we echt zijn.” En dus gaat Erik binnenkort hardlopend die berg op, met familie langs de kant en met alle mensen voor wie hij het doet in zijn hoofd. “Het wordt lachen en er zal ook een traan zijn. We gaan veel meemaken met elkaar.”